(vogel op scène, vis liggend aan de zijkant, verder niets)
VOGEL : hallo hallo-o-o
vis?
vis ik ben er. de trein was vroeg.
(in zichzelf : wat is het hier gezellig)
de trein van 17.56. hij was er om 17.53.
dus ik ben drie minuten te vroeg. de trein naar jou, bedoel ik.
vis? ben je wel thuis vis? nu hoop ik dat je me niet voor een dief neemt
en me met een zware pollelepel in de traphal staat op te wachten want..
(in zichzelf : zou ik een boeventronie hebben? ik vond mezelf altijd allerminst kwaadaardig. hum.
kwaad-aardig. aardig op een kwade manier.
ik ken eigenlijk niemand die zo is.)
VIS : hier, vogel, ik lig hier.
VOGEL : waarom lig je vis? ben je gevallen? wacht ik haal gauw een vochtig washandje en misschien ook wat ijs ! vooral niet bew..
VIS : nee, vogel, stop. ik lig gewoon. met je gekwek de hele tijd ook. ik krijg er horens van.
ik lig gewoon, maar wat, een beetje. op sterven. ik lig gewoon een beetje op sterven.
VOGEL : het spijt mij.
ik kwam om te zeggen dat het me spijt. je weet wel, van jou..
zoiets is me nog nooit voorgevallen. heb ik dan toch een boeventronie, ik vond altijd..
VIS : nee, vogel, ik vind niet dat je een boeventronie hebt. ik vind wel dat je nogal veel kwaakt.
(vliegt plots uit) Wat kan ik trouwens in godsnaam zeggen op 'het spijt mij' zonder dat het bitter of akelig klinkt, zodat jij je ook weer goed kan voelen wat initieel helemaal niet de bedoeling was? Hé?
VOGEL : ik voel me ellendig vis.
VIS : dat is al een heel stuk beter. ik zal zeggen 'we zullen wat eten' al weet ik zeker
dat dat niet helpt.
VOGEL : ja, dat is goed. zeg dat maar.
VIS : 'we zullen wat eten'
VOGEL : ja, ik heb veel honger.
(onzeker) of is dat te gretig?
VIS : in deze particuliere situatie een tikje onbeschoft.
maar we doen toch alsof.
dus het is oké.
je hebt toch iets bij om te drinken?
(argwanend).. toch geen water? als het water is kan ik moeilijk doen alsof..
VOGEL (snel) : neenee, wijn. wijn uit de beste zuiverste bron.
VIS : ah, wijn. rode?
VOGEL : ja
VIS : mijn hart klopt heel traag. hoor 'ns vogel, hoe traag mijn hart klopt.
VOGEL : het spijt mij verschrikkelijk vis.
VIS : (heel kwaad) NEEEEE NEEEEE NEEE HOU DAAR MEE OP. Godverdomme wat kan ik daar nu op zeggen hé hé, heb je daar al eens over nagedacht heb je daar als eens VIJF MINUTEN bij stil gestaan lompe vogel op twee poten ! Er is GEEN ENKELE formule die klopt. "Het is niets" , "het is niets" misschien denk je? Het is wél iets. Het is al acht centimeter groot en het houdt maar niet op met groeien. Het kiemt.BOEM hier BAF daar KNAL overal. Ik krijg het niet klein, ik krijg het er niet uit zoals bv. een grote moedervis een kleine kindvis. Het wordt, het IS al groter dan ik. Eerst legt het mij langzaam lam, maar het gaat niet onder met mij. Nee, het kruipt dan gewoon onder een andere huid verder. Ik lever het meest nutteloze offer ooit.
(dan weer rustig)
vraag liever : hoe komt dat?
VOGEL : (aarzelend) hoe komt dat?
VIS : dat komt omdat mijn bloedvaten verstopt geraken en er zo steeds minder bloed
naar mijn hart vloeit. zoals bij een moderne boot. De motor van die boot krijgt steeds minder
olie zodat de boot steeds trager en trager vaart tot tergend traag hij nog nog maar 1 en een halve centimeter vooruit gaat.
VOGEL : (ademloos) en dan?
VIS: (plechtig) Dan zinkt hij. Tot het dieperdandiep. Waar het mooiste scheepswrak is.
VOGEL : een zeemansgraf
VIS : (onverstoorbaar) Rondomrond dat schreepswrak is een blauw, een intens blauw. Intens, maar geen andere adjectieven. Droomwezens zwemmen in geometrische cirkels.
Toen ik geboren werd, vogel. De dag waarop ik geboren werd was het zeer vroeg licht en iedereen was wakker. Allemaal. Het was juist warm genoeg. Warm en blij. Allemaal blij. En ik was ook blij, want ik was zopas geboren en aanschouwde..
VOGEL : hoe kon je nu weten of je blij was?
toen ik geboren werd had ik een donzen pak aan van m'n hoofd tot onder m'n kin helemaal door tot aan mijn poten en zelfs dat weet ik alleen maar van horen zeggen.
VIS : Waarom heb je in mijn vijver gekakt vogel.
En ga uit de weg, ik moet weer spugen.
VOGEL : hé zeg. we deden toch alsof?
VIS : Ik heb geen zin meer. Ik ben ziek en moe. Ik ben een terminale vis. Terminaal is een gemoedsgesteldheid die niet meer voorbij gaat : zoals altijd droog. dan ga je dood van de dorst. of altijd koud : dan vries je vast aan de grond. na terminaal is er niets meer. geen spriet. er groeit een donkere hol vanbinnen dat mij oprot. Een gapende mond, die niet bloedt, wat eruit komt is veel erger.
VOGEL : wat komt er dan uit?
VIS : vogels. grote, witte, vogels. die de wereld sierlijk volschijten met hun goede bedoelingen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten