Het is zo'n meisje wiens benen nooit lijken te eindigen. Ze heeft een strakke donkere jeansbroek aan. Onwennig staat ze te schuifelen op het perron. Haar mond is doorstreept. Aan de andere kant van de automatische deur staat haar vriend. Hij is pas nieuw denk ik. De trein gaat bijna vertrekken. De trein is een prachtig vervoersmiddel. Zoals een koets. Het meisje kijkt van de klok naar haar vriendje naar haar schoenen. De jongen draagt een rode tas en een glinsterende steen in z'n rechteroor. Hij staat wat stoer, kijkt wat stuurs. Straks zal hij een witte crème op zijn bruine gezicht smeren en deodorant onder zijn oksels spuiten. De deodorant zal de hele coupé vullen en naar sportman ruiken. Maar dat weet het meisje natuurlijk niet, tegen dat het gebeurt is onze wagon het station al lang uit en zijn haar benen dunne repen geworden. Mijn eigen benen eindigen aan mijn voeten.
Aan de overkant zit een man met een zwart hemd. Ik begluur hem tussen de gleuven van de zetels. Zijn gezicht kan ik niet zien, dat zit verdoken achter een computer. Ik vraag me af wat voor een gezicht het is. De man drukt driftig op de toetsen , wat in zijn hoofd zit kunnen zijn vingers bijna niet volgen. rakketaktaktak rakketaktaktak op de maat van zijn gedachten
We gaan naar een stad met fiere bewoners die men al eeuwen Gent noemt. Deze stad ligt aan de samenvloeiing van twee stromen. Ze is ook zeer bezienswaardig, zo heb ik me laten vertellen.
Populaire berichten
-
de premier werkt in de moestuin. hij heeft een makkelijke jurk aangetrokken uit soepele rekstof en een verenband op zijn hoofd . de indianen...
-
hemeltje-lief wat ben ik gulzig zit ik dan, met mijn grijns (mijn grijns zit naast mij, er is niet zoveel plaats voor ons allebei) van heerl...
zondag 31 januari 2010
zaterdag 23 januari 2010
kraaien krassen
Ik liep naar huis en onderweg zag ik een boom met allemaal kraaien erin. Straks zal ik daar een tekening bij maken.
Je kan dit toch niet opnieuw doen, dacht de vrouw, en ze krijste als een gekkin binnenin.
Krijs
kraste
maar zo stil, zo stil. dat het buiten bleef. onheilsprofeten verroerden hun vleugels niet.
de stem brengt geen zinnig woord uit, het mens kan alleen maar lijdzaam toekijken :
het ijzeren gordijn daalde neer, onherroepelijk
de grens is toegegaan
zwart op zwart op zwart
stil maar. hij kan je nu niet meer zien. hij ziet enkel het zwart.
je hoeft je geen zorgen meer te maken.
het is maar de rotte vrucht van je verbeelding.
doe je ogen dicht dan is het er nooit geweest.
Je kan dit toch niet opnieuw doen, dacht de vrouw, en ze krijste als een gekkin binnenin.
Krijs
kraste
maar zo stil, zo stil. dat het buiten bleef. onheilsprofeten verroerden hun vleugels niet.
de stem brengt geen zinnig woord uit, het mens kan alleen maar lijdzaam toekijken :
het ijzeren gordijn daalde neer, onherroepelijk
de grens is toegegaan
zwart op zwart op zwart
stil maar. hij kan je nu niet meer zien. hij ziet enkel het zwart.
je hoeft je geen zorgen meer te maken.
het is maar de rotte vrucht van je verbeelding.
doe je ogen dicht dan is het er nooit geweest.
vrijdag 15 januari 2010
vierarms
zo'n zaligheid kan je bijna niet noteren . laat staan dat het precies, correct, of geheel waarheidsgetrouw zou zijn. liefde is niets ernstig.
vanuit vier armen bekeken
lijkt de wereld, maatschappij van misverstand
elke dag een andere zwarte rand om de krant
mistiger, zachter
teder der
zij heeft
schijnbaar
compassie voor zoveel dwaas geluk
en als ik dan wat later de straat in de vriezende stad oploop
-met mijn eigenaardige loopje
dat men wel van mij kent
kan ik het niet tegen houden vind ik het zo moeilijk te verdragen
staat mijn hart op mijn gezicht, op dat gezicht de mondhoeken omhoog gekruld
en hoger, zonder enig gewicht , de liefde , zij geeft alles licht
terwijl vanbinnen de mens schuimt en overvloeit
ik heb nog niet gegeten, gedronken
nog geen enquête ondertekend, geen extra kennis vergaard, geen ambities nagejaagd..
en toch,
heb ik genoeg, heb ik niets meer nodig want jou lief
en door jou , elke scheve kassei op mijn weg, elke omhooggevallen windhaan in zijn snelle racebak.
en dat doet me allemaal ondragelijk goed.
vanuit vier armen bekeken
lijkt de wereld, maatschappij van misverstand
elke dag een andere zwarte rand om de krant
mistiger, zachter
teder der
zij heeft
schijnbaar
compassie voor zoveel dwaas geluk
en als ik dan wat later de straat in de vriezende stad oploop
-met mijn eigenaardige loopje
dat men wel van mij kent
kan ik het niet tegen houden vind ik het zo moeilijk te verdragen
staat mijn hart op mijn gezicht, op dat gezicht de mondhoeken omhoog gekruld
en hoger, zonder enig gewicht , de liefde , zij geeft alles licht
terwijl vanbinnen de mens schuimt en overvloeit
ik heb nog niet gegeten, gedronken
nog geen enquête ondertekend, geen extra kennis vergaard, geen ambities nagejaagd..
en toch,
heb ik genoeg, heb ik niets meer nodig want jou lief
en door jou , elke scheve kassei op mijn weg, elke omhooggevallen windhaan in zijn snelle racebak.
en dat doet me allemaal ondragelijk goed.
vrijdag 8 januari 2010
brand in troje
de winter bijt, afscheid
afschijt. schrijft niet makkelijk, stap voor stap. ik bedoel, het hoofd kan dan wel een donkere kamer maken, de luiken naar beneden, de deur op slot, de kastjes zorgvuldig hermetisch afgesloten..daarbuiten priemen stralen die niet stralen. stralen waar tegen het hoofd geen weer stand te bieden heeft. zodat het inzakt als een log mislukt gebak dat daarbij nog eens smerig smaakt.
later , later zullen we een overzicht hebben, dat zal plezierig zijn, van op een afstandje in tijd kunnen we dan nog eens goed lachen met onszelf. zo nog écht eens goed lachen, met tranen over onze wangen en heel de bazaar, ho-ho, want het lachen zal ons wel grotendeels zijn vergaan, na die opeenvolging van pensioensparen, bronchitis echtscheidingsprocedure en autoverzekeringspapieren. over een vijfendertig jaar bestaan, wat zeg ik, overlevingsstrijd ! in de welvaartsstaat.
op een kantoortje een burgertrutje. zwaar studies gedaan.unief hé. ene keer gedubbeld. getrouwd, gekind, gescheid, geschijt. nu door bruine sneeuw aan het ploeteren, rokje geeft weinig bewegingsruimte.
voorzichtig , niet schuiven. oei oei. 't is zo glad en streng. opwarming hu-hu. kmerk er niets van.
de mensen op straat merken er ook niets van. de draden losgekoppeld, de verwarming 0. als laatste het licht nog uitgedaan. klik klik. het archief in de fik gestoken. troje brandt. gaat in vlammen op. as as as. als.. tja.
wie stil staat bevriest. maar dat kan eigenlijk wel eventjes duren. dus stil staan mag. stille brand.
afschijt. schrijft niet makkelijk, stap voor stap. ik bedoel, het hoofd kan dan wel een donkere kamer maken, de luiken naar beneden, de deur op slot, de kastjes zorgvuldig hermetisch afgesloten..daarbuiten priemen stralen die niet stralen. stralen waar tegen het hoofd geen weer stand te bieden heeft. zodat het inzakt als een log mislukt gebak dat daarbij nog eens smerig smaakt.
later , later zullen we een overzicht hebben, dat zal plezierig zijn, van op een afstandje in tijd kunnen we dan nog eens goed lachen met onszelf. zo nog écht eens goed lachen, met tranen over onze wangen en heel de bazaar, ho-ho, want het lachen zal ons wel grotendeels zijn vergaan, na die opeenvolging van pensioensparen, bronchitis echtscheidingsprocedure en autoverzekeringspapieren. over een vijfendertig jaar bestaan, wat zeg ik, overlevingsstrijd ! in de welvaartsstaat.
op een kantoortje een burgertrutje. zwaar studies gedaan.unief hé. ene keer gedubbeld. getrouwd, gekind, gescheid, geschijt. nu door bruine sneeuw aan het ploeteren, rokje geeft weinig bewegingsruimte.
voorzichtig , niet schuiven. oei oei. 't is zo glad en streng. opwarming hu-hu. kmerk er niets van.
de mensen op straat merken er ook niets van. de draden losgekoppeld, de verwarming 0. als laatste het licht nog uitgedaan. klik klik. het archief in de fik gestoken. troje brandt. gaat in vlammen op. as as as. als.. tja.
wie stil staat bevriest. maar dat kan eigenlijk wel eventjes duren. dus stil staan mag. stille brand.
zondag 3 januari 2010
wachten op de prins
De knappe jongeling neemt zijn hoed met veer af en buigt diep tot zijn knieën kraken. Zijn hand met robijnen ring strekt hij uit, hij sluit zijn ogen en wacht tot een lakei hem de Samsung B260675 Armani aanreikt. Fronst. Met een hand (die zonder edelsteen) begint hij te tikken.
O , mysterie van mijn verlangende ziel! Zoals jij bevallig in mijn hoofd ronddrentelt en elke kamer van mijn hart betovert en inricht naar je smaak, zo leg ik mij neer, nederig, je heer, met het zwaard in de huls, aan jouw fraaie pantoffels. Zo ben jij, in je gouden torenkamer met overal camera-bewaking en paparazziflitsen, met een vuurspuwende draak onder je deurmat en een waterkanon uit je nachtkastje, zo onbereikbaar dichtbij.
Ik heb de banden van mijn vier maal vier weer lek gereden. De corvette staat nog in de garage voor een nieuw laagje glimmend rode verf en het leer van de oude jaguar spant niet meer strak onder mijn billen. Ik zal je dus niet kunnen komen redden.
Sorry. (engels voor : alles wat ik niet voor je kan opbrengen)
Prins.
zaterdag 2 januari 2010
kamiel
het is zaterdag vandaag. kerstvakantie. veel volk in de supermarkt van het winkelcentrum. dat had hij niet verwacht. hij is een enkeling. de karretjes worden ingeladen, overvloedig, dansen in zwierige pirouettes door de rekken, ravel, Bolero. langs alle kanten door graaiende handen gevuld. om het volst, anders twee karren, één voor pa en één voor ma , of zo'n grote voor de zware pakken.
hij moet nooit om zware pakken. hij draagt een plastieken mandje om zijn arm. verstrooid. hij moet opletten, zeker nu met al die grote gezinnen die zo uitbundig achter hun boodschappen hollen. hij blijft dicht tegen de kanten. zo kan hij er altijd uit.
het gaat niet goed vandaag. hij zal thuiskomen, in de war, boos met alleen maar een pakje sigaretten en hij rookt al vier jaar niet meer. hij wil er uit. hij wil naar zijn huis. alle rekken lijken te vallen, van duizelingwekkende hoogte op hem neer. de waspoederdozen. hij wil ook haasten, zich door de schreeuwlelijke logo's wurmen, daar ..de diepvriezers.
hij moet even op adem komen. werpt een blik door het glas van de vriezer. de blik blijft kleven op feestmaaltijd. 1 persoon. 5-6 minuten in de microgolfoven. fazantenragout met tartufatapuree. gemaakt door patron bernard. (zeker niet vers maar dat staat ook op de verpakking).
net als een wit bord, een glas champagne en een kaars. een kerstbal en een pakje met een rode strik. perfect.
kamiel zal vanavond niet doodgaan. zo gaat het immers niet, het moet altijd blijven trekken. hij eet de maaltijd op die ruikt en smaakt naar pedigree. hij leest een artikel over vereenzaamde bejaarden met de feestdagen en maakt geen grap. hij staat op doet de afwas maakt zijn avondtoilet. vuurpijlen knallen de tere nieuwe nacht in, hij denkt : niet bijzonder, niet kapotgevreten door een kankerbeest, niet mensonwaardig. gelukkig, van de ouderdom. haar zilvergrijze haren opgestoken. hij heeft het altijd begrepen. oude mensen sterven. dat is niet erg.
hij moet nooit om zware pakken. hij draagt een plastieken mandje om zijn arm. verstrooid. hij moet opletten, zeker nu met al die grote gezinnen die zo uitbundig achter hun boodschappen hollen. hij blijft dicht tegen de kanten. zo kan hij er altijd uit.
het gaat niet goed vandaag. hij zal thuiskomen, in de war, boos met alleen maar een pakje sigaretten en hij rookt al vier jaar niet meer. hij wil er uit. hij wil naar zijn huis. alle rekken lijken te vallen, van duizelingwekkende hoogte op hem neer. de waspoederdozen. hij wil ook haasten, zich door de schreeuwlelijke logo's wurmen, daar ..de diepvriezers.
hij moet even op adem komen. werpt een blik door het glas van de vriezer. de blik blijft kleven op feestmaaltijd. 1 persoon. 5-6 minuten in de microgolfoven. fazantenragout met tartufatapuree. gemaakt door patron bernard. (zeker niet vers maar dat staat ook op de verpakking).
net als een wit bord, een glas champagne en een kaars. een kerstbal en een pakje met een rode strik. perfect.
kamiel zal vanavond niet doodgaan. zo gaat het immers niet, het moet altijd blijven trekken. hij eet de maaltijd op die ruikt en smaakt naar pedigree. hij leest een artikel over vereenzaamde bejaarden met de feestdagen en maakt geen grap. hij staat op doet de afwas maakt zijn avondtoilet. vuurpijlen knallen de tere nieuwe nacht in, hij denkt : niet bijzonder, niet kapotgevreten door een kankerbeest, niet mensonwaardig. gelukkig, van de ouderdom. haar zilvergrijze haren opgestoken. hij heeft het altijd begrepen. oude mensen sterven. dat is niet erg.
vrijdag 1 januari 2010
de poezenvrouw

na alweer een slapeloze nacht
heb ik besloten dat ik nimmer trouw
zo weinig dat De Man me heeft bijgebracht
later,
word ik poezenvrouw
mijn huis volgestouwd met boeken en stof in lange rijen
gammele driedeurskasten en antieke schilderijen
een platenspeler die de verloren liedjes draait
van muzikanten waar geen haan nog naar kraait
enkel vreemdelingen zijn welkom in m'n bed
zij dienen 's ochtends geruisloos te verdwijnen
voor de koffie wordt gezet, in peignoir zo fragiel
zal ik nostalgisch wegkwijnen
en de poezen .. huppeldepup .. naar het asiel
Abonneren op:
Posts (Atom)