Populaire berichten

woensdag 12 juni 2013

de dag met de tomaten



zijn tomaten komen uit.
hij loopt op een drafje
de trap op en af.
armen kaars in de lucht.
joélen.

hip hip. wij zijn twintig jaar. vieren de geboorte
van onze eerste tomaat.

later in 't grotemensenbed.
zie je me graag?                         -ja

waarom dan?                        -weet ik toch niet

zie je me niet te?                     -jaahaa, VEEL TE

                   we grijzen zo van je liefste stommerik


woensdag 29 mei 2013

over hoe de dood in bompa kroop


Bom. Bij een dik woord hoort een ronde man.  En dan Pa, zoals ‘hmpf’ over je buik wrijven als je teveel gegeten hebt. Bompa. Onzen bompa, als de timmerman Jozef geboren maar hij liep niet zo hoog op met die naam. Met de katholieken evenmin trouwens. Jos of Jef zoals het op zijn jat stond en zeker, zeker niet opa.                Opa’s waren voor hem  benige mannetjes, knikkend en knokig, en bezig, altijd maar bezig :  vogels voederen,  hagen snoeien,vishengels werpen, biljarten en schoffelen in de tuin. Opa’s zijn dat soort mensen dat soms durven  te twijfelen aan zichzelf.  Ze zijn er niet heilig van overtuigd de hele waarheid in pacht te hebben. Hij wel, hoor! Hij wel. Een opa, dat kan je soms zien op de bus of op den tram. Opa’s fietsen. Ze genieten daar precies ook van. Bompa’s niet. Bompa’s zijn rotsachtige formaties die met een dure auto rijden. Ze geven nooit op of af of toe. Ze eten allebei wel even graag patatten.


Hij werd zo enorm in de jaren ’60. Tijdens de oorlogsjaren viel er niet veel te eten, buiten kat en blik en korsten, waarna hij besloten had om zich later nooit meer iets te ontzeggen, met alle  gevolgen van dien natuurlijk , een te hoge suiker, een lever die niet goed meer marcheerde en een dichtgeslibd hart.  Patat.
Ik denk de laatste tijd terug veel aan hem. De herinneringen dwalen rond in mijne kop. Ze willen eruit, naar buiten.

Wazig, dan terug haarscherp. De Chevrolet, zijn enorme Amerikaanse slee. Die in een speciale garage  een straat verder stond geparkeerd, met een plastieken hoes eroverheen. De Chevrolet werd enkel bij bijzondere gelegenheden van zijn stal gehaald.  
De mensen keken er dan naar.“Kijkt,” zeiden ze dan,  “den doktoor glijdt nog is over ‘t straat.” En dan dat interieur: roze ribfluwelen zetels om  kilometers in weg te zakken,  het stuur bekleedt met donkerbruin leder. De geur van cognac en zwaar parfum. Zijn parfum. 4711. Waarvan wij vonden dat het naar paarden rook, maar naar goede paarden. Naar cowboys in de Far West. Zijn haren naar achter. Glinsterende brillantine. James Bompa.  

Klik. De volgende dia. Hun keuken. Altijd bedompt. Koperkleurige pannen. Oranje gelige gloed. De rode zetel met blinkende noppen waarachter hun fortuin zat, of toch allerlei andere zeer geheime dingen die wij niet mochten weten. De groene kist met cijferslot. Briefkes. Geld en geld en geld. En dan op de tafel, de stinkende uitgerafelde schotelvod die al minstens tien jaar dienst deed.
 De misselijkmakende paradox, die ons leven toen zo eigen was. 
Zo gulzig als ze waren met geld, zo zuinig met liefkozingen.
En zo smerig, zo smerig dat daar was, zo afschuwelijk tragikomisch smerig. Zure soep. Zelfs de uitgehongerde kat moet er niet van.

 Hij begon te wandelen  als een astronaut. Zijn voeten waren op het eind vier keer zo groot geworden. Enkel zweefde hij niet. Hij zat  in de luchtbel van de keuken. Dag in dag uit vastgkluisterd aan dat eindeloze gejank op tv. Ne dikke mens lijkt precies nog opvallender onderhevig aan de zwaartekracht.
Hij kroop altijd  in de verste uithoeken van het huis. Wetende dat het voor hem niet was weggelegd. Een poging om zich aan zijn lot te ontrekken. ( Het was alsof ze hem hadden gezegd. Ge moogt één iets wensen : En dan had hij gewenst : Nooit meer honger hebben. Gelukkig zijn komt er later wel bij.)  De wurggreep van zijn verstandshuwelijk. De zolderkamer met boeken en druipkaarsen. Het kon er gewoon niet meer bij, dat geluk, het zat al te vol.

Gilde als een speenvarken wanneer de verpleegsters zijn luier verversten. Hij was toen al leeggelopen als een ballon. Bompa weg. Ook geen opa , ofzo. Nee, gewoon, een  lijk.
Zijn tang. Zijn wurgslang. Kromgebogen, ijzersterk. Hard, koel. Onverwoestbaar. En dat voor zo’n klein oud menske.
Onweer. Hij wil niet meer eten. Alleen nog cava drinken. Mantra : CAAA-VAAA. (Mag niet, verpleegsters).
Twee dagen later waren  zijn handen aan de spijlen van het bed vastgeklonken.
Soldaat. Angst. Vierentachtig en doodsbang om te sterven. Terwijl eigenlijk : oude mensen sterven. Dat is toch normaal. Tot als ge daar zelf ligt natuurlijk.
Grootvader. Brulboei. Maar ook zacht, veel en veel zachter dan zij.
De schimmels in de kasten. De pis, de sporen op de oranje tegels.  Ze leiden naar hun vochtige, lekkende lichamen. Indringende, allesoverheersende stank.

“Wij hebben hier nog nooit zoiets gezien.” De verpleegsters, ze zijn aan het reclameren.

Hij was blijven drinken. Glazen, kroezen, vaten en kelders vol, het ging er allemaal in. Nu is het lichaam overal. Hij kan er niet meer uit. Hij voelt niks. Hij is pijn. Eens zeurend ,dan weer ondragelijk . Bevend naar het glas, de kelk rode wijn. Er is niks schoon meer aan , de doodzieke kakt in zijn broek. Doet zijn ogen dicht. Houdt zijn adem in en laat hem dan ontsnappen. Ophouden. Laat het alstublieft gewoon ophouden.


Hij zit. De nacht is slecht. Hij zit. De televisie speelt. Buiten schiet de dag in gang. Opstand in Iran. Hij zit. Het brood smaakt hem niet. De vrouw scharrelt, moppert, rommelt met papieren. De slaap komt. Hij kan zich niet lekker leggen. Hij zit. Er komt iemand binnen, de muren zijn van gebroken wit. Er is ook veel hout in de kamer. Hij zit. De dag duurt lang. De poes is lastig.
Het einde, dat is praktisch hetzelfde als het begin, maar dan veel vuiler.


woensdag 3 april 2013

Oude brieven verkreukelen niet. 1. het was die tijd







Het was die tijd die ik me herinnerde, niet een tijd die ik bij bewustzijn meemaakte, maar een hogere, diepere tijd, die mezelf maar ook al hetgene in de omgeving tot een nietige vlek herleidde, wat mij rustig maakte, en ik hoopte dat alles zou stilvallen, het boren in de straat en het vloeien van olie in de zee. Het struikelen van een wegenwerker over een bol kabels. vlekkerig licht. en kalmte. 

Soms zit heel de wereld in mijn kop.

Ik denk aan de relativiteit van tijd, van geluk, van ontgoocheling. relativeren is iets fascinerend, wonderlijk en levensgevaarlijk tegelijkertijd. aan leven op zich, sommige mensen kopen een boomhut met luxebadkamer in een beschermd oerwoud om dat terug te voelen. aan woorden als harmonie en essentie. In hun pure vorm heb ik ze nog nooit gezien.

Wat maakt ons tot mens? dat is het liefhebben niet, want de zee heeft het zand liever en hun wederkerigheid verloopt nooit per contract. Het is belangrijk, geloof ik, dat wij elkaar begrijpen, zonder daarom dezelfde richting uit te keren, mekaar verstaan, zonder dezelfde taal te spreken. de bedoeling en betekenis komt dan vanzelf. Ik hecht aan het zwerven, maar de stad loopt mij sneller voorbij, al vind ik dat niet erg. bij mijn tijd voel ik ontreddering. kompas, dat wel cirkelt, maar het noorden kwijt is. dat heb je met wijsheid die uit geschiedenisboeken komt. Misschien ben ik zeer burgerlijk, dat kan ook.


dinsdag 26 februari 2013

luchthaven 1602


ik heb het benauwd
mijn adem zit ergens halverwege
het strot
stottert en stopt.
uitgerekte zwijg.

ik zwijg als kale bomen.
Mijn Russische zwijg met zware donkere wenkbrauwen
Kwam er maar een trein.
mijn ogen lopen naar de deur en houden de klink al fixerend vast.
Ik kan héél goed weglopen. Maar nu spijkeren de woorden mij aan de deur
vast. Vechtjas aantrekken. Ik heb geen zin.  Dof en stom en kijk
alsof ik haar voor het eerst zie, alsof ik haar taal niet begrijp, alsof ik hoegenaamd
geen idee heb van waar of waarom ik ben.
Dat mag niet hoor, zo mag je niet doen. Ze morrelt
aan de draad die ons bindt, die uitgerafeld is nu, rag rag fijn, en,  als ik nu omdraai :
doorgeknipt.
Kan het nog. Of. (met die O van't verschieten daarin en wat ge-ffffffff).
grimas, ten hoogste.
zo elegant mogelijk, dat wel. Hoge hakken, zuinig mondje. Dag schat heb je nog wat
doekjes, beetje gif, terug doekjes

en dan nog later : het grieven


Zo denk ik, dat hoeft allemaal niet als ik nu niet vertrek, als ik nu blijf.
Slik stotterstop door. Kijk naar haar, zak in haar blik
doorzoek : control FFFff
(naar wat? genegenheid?)
misschien
dat
het
dan



vrijdag 22 februari 2013

MEDEA


(gebaseerd op Euridipes en de roman van Ed Franck)


Hoeveel onrecht kan een mens verdragen voordat hij breekt, hij compleet gek wordt, voordat hij verteerd door pijn aan waanzin ten onder gaat?

Hoeveel?

Dit is het eeuwenoude verhaal van een vrouw die bezweek onder het verraad van een té grote liefde en het drukkende noodlot. Een vrouw die in haar wraak wreed en groots was. Oh jongens, pas op, wees voorzichtig. Geen vrouw zo gevaarlijk als een gekwetste, verstoten vrouw, van bitterheid vervuld. Dit is ook het verhaal van een man, die met het hart van deze vrouw speelde, uit kinderlijke naïviteit en verlangen naar macht, een man die werd meegezogen in haar woedende draaikolk van wilde razernij.

Jason bouwde een schip, de Argo en bemande het met helden. Hij zeilde naar het oosten, op zoek naar de gouden vacht van een ram. Die vacht, het Gulden Vlies, zou hij bezorgen aan zijn oom Pelias, die regeerde over het gebied Jolkos in Griekenland. Jason wenste zo zijn koningstroon op te eisen.

Aan de kusten van de Zwarte Zee, in het duistere, onbekende Kolchis vond hij Medea. Een koningskind, net als hijzelf, maar met een magische gave en de kennis van kruiden en poeders. Medea werd verliefd op Jason. Niet zomaar verliefd, niet verliefd zoals wanneer je op vakantie gaat en een mooi meisje tegenkomt, maar écht verliefd : halsoverkopoverjeoren. Hart in galop.  Ze voelde dat hart zo luid bonken in haar binnenste dat ze geen controle meer had over haar denken, het enige wat ze wou was bij hem zijn, met hem meegaan, nooit, nooit meer van hem gescheiden worden. Ze zou alles voor hem doen en ze dééd ook alles voor hem.

Ze vermoordde haar broer, verraadde haar vader, haar volk en bezorgde Jason het Gulden Vlies. Samen voeren ze naar Jolkos, de stad van Pelias, onderweg trouwden ze. Toen ze de haven van Jolkos binnenvoeren stond Medea trots en fier aan de zijde van haar man, de man wiens kind ze droeg onder haar borst, de man voor wie ze bereid was alles wat ze had af te staan, zolang hij haar maar lief had.

Pelias reageerde honend toen Jason de troonopvolging ter sprake bracht. Heb ik ooit gezegd:  mijn macht voor een vacht? Wat een onzin! Alles wat ik je beloofd heb was roem, en die heb je nu.

Jason balde zijn vuisten in machteloze woede. Toen Medea de ontreddering bij haar liefste zag, spoorde ze hem aan om zijn schip naar Korinthe te brengen. Daar stond een tempel van Poseidon, zo kon hij de goden bedanken voor zijn veilige terugkomst. Jason stemde daar mee in, maar hij gaf Medea een opdracht. Jij lief, jij met je duistere krachten en kennis. Blijf hier. Zorg dat die schurk een pijnlijke dood sterft.

Medea vermomde zich als oude vrouw en mengde zich tussen de dochters van Pelias. Ik heb een middel kunnen maken waardoor ik weer jong word, fluisterde ze. De meisjes keken haar ongelovig aan. Maar toen Medea het bewijs leverde door als oude vrouw in het bad te stappen en er met glanzende, jeugdige schoonheid weer uit te komen, dachten de meisjes aan hun vader. Door het Gulden Vlies had Pelias dan wel het eeuwige leven, de eeuwige jeugd bezat hij niet. Je had toch het middel voor twee mensen, zou je onze vader niet terug jong kunnen maken? Alsjeblieft? 
Medea deed alsof ze twijfelde. Het is een moeilijk, een man, moet je weten, is veel taaier dan een vrouw, hem baden is niet genoeg. Hij zal in stukken moeten worden gesneden en worden uitgekookt. Als voorbeeld nam Medea een oude bok, ze hakte hem in stukken, kookte hem en inderdaad : een jonge, hele bok, kwam uit het water gesprongen. Daarop deden de meisjes wat Medea had gezegd. Toen ze met hun bloedige vracht de keuken inkwamen waar Medea zou wachten, was er echter niemand.

De wraak van de godin Hera op de onachtzame Pelias die bij zijn kroning haar altaar negeerde, was hierbij voltooid. De reis van de Argo, de vlammende liefde tussen Jason en Medea, dat alles was gedirigeerd door de godin. Jason zou het vanaf nu zonder de steun van Hera moeten doen en de arme Medea droeg de last van schaamte en wroeging om de moorden die ze had gepleegd.

Het lot zou zich keren en het lot keerde zich ook. In Jolkos greep niet Jason, maar de zoon van Pelias de macht. Jason en Medea werden terstond uit het gebied verbannen. Ze vestigden zich in Korinthe. Medea beviel van een tweeling, twee jongens. Koning Kreoon behandelde hem goed, maar Jason bleef treuren om de gemiste kans om de koningskroon. Zijn liefde voor Medea deemsterde langzaam weg, als een herfstblad, onherroepelijk. Zijn aanrakingen werden schaarser, zijn toon koeler. In Korinthe was Medea een barbaarse vreemdelinge, ze werd gemeden en bespot. Haar magische krachten maakten haar nog verdachter, ze werd beschouwd als een gevaarlijke heks. Een toverkol.

Jason was geliefd aan het hof van Korinthe, zozeer dat koning Kreoon het plan opvatte om hem te laten huwen met Glauke, zijn dochter. Toen Medea het nieuws vernam, was het alsof iemand een dolk in haar rug plofte, de pijn kroop als ongedierte rond in haar lichaam. Wanneer Jason haar kwam opzoeken klonken zijn woorden hol en leeg. Denk aan de voordelen Medea, trachtte hij haar te sussen, denk aan de toekomst van je zoons. Maar Medea beet hem giftig toe; Dat gezeik hoef ik niet Jason. Al jouw roem en eer heb je aan mij te danken. Veel heb ik van je verdragen maar nu ga je te ver. Ik ben geen vrouw die je straffeloos verlaat. Ga nu maar, je kunt me niet ontlopen. Ik vraag van Hekate, de grote godin van de kruisende wegen, je nu te bedienen van een nieuwe roepnaam. ECHTBREKER, dat zal je naam zijn !

Toen Kreoon over Medea’s woedeaanvallen en dreigementen te horen kreeg, besloot hij haar te verbannen
.
Hoeveel onrecht kan een mens verdragen voor hij breekt?

Hier brak Medea. Alle vernederingen zie ze had moeten doorstaan kwamen op dit punt samen.  De woede werd haat, haat zonder maat zoals eens haar liefde.. Listig liet ze Jason bij zich roepen, deelde hem mee te ze haar zonen aan hem zou afstaan. Is het een goed idee mijn bruidskleed aan Glauke te geven, met de gouden bruidskroon en sandalen? In haar blijdschap zal ze beloven mijn kinderen goed te verzorgen. Zonder argwaan ging Jason in op haar verzoek. In al zijn tevredenheid zag hij niet wat er achter de duistere ogen van Medea school. Maar, zo ging ze verder,  maat mijn kleintjes nog één nacht bij mij slapen, stuur ze naar mij terug als ze het geschenk hebben gegeven, zodat ik van hen afscheid kan nemen.

Toen de avond viel en de jongens terugkeerden, mengde Medea een zwaar slaapmiddel onder hun eten. Wanneer de maan tussen de wolken scheen, nam ze het glanzende lemmet. Ze stak, twee keer, precies.

Bij het ochtendgloren stond Jason haar op te wachten aan de poort van het huis. Hij stond wankel op zijn benen, zijn ogen leken wel van glas, zo vol tranen stonden ze. Glauke had het bruidskleed gepast, ze was aankomen zweven door de zonnige tuin en stond meteen in lichterlaaie. De vlammen likten aan het kleed, haar geschreeuw was door heel Korinthe te horen. Haar vader wilde zijn dochter redden, maar het vuur vrat zich een weg door zijn koningsmantel, zodat te samen stierven. Hoe kun je zo wreed zijn, ik walg van je, stamelde Jason.

Wie is de wreedste van ons beiden, Jason? Diegene die het opdraagt, of diegene die het uitvoert? Ik moest moorden om je te helpen. Alles wat ik deed heb ik uit liefde voor jou gedaan. Maar jij gaf niets om mijn liefde, je liet geen traan om mij en om je dierbare zonen. Hun verdriet is trouwens voorbij, zij slapen voor altijd. 

Jason kwam dichterbij en zag zijn kinderen liggen, strak en stom bleef hij staan. Het geronnen bloed nog zichtbaar aan hun hart.

Jij hebt het mes geslepen waarmee ik onze onschuldige kinderen heb gedood. Ooit was ik een prinses, voorbestemd voor goede daden met mijn kennis en krachten. Nu ben ik een moordend wild dier, omdat jij dat van mij hebt gemaakt.

Sloan Digital Sky Survey


wij zijn dikke vrienden.
en gij lekker ni
en gij lekker ni

want gij bent veel te lekker
om alleen maar
dikke vrienden

goed gered he!
de situatie en de sfeer en de werkelijkheid
en het universum.

ik wil maar zeggen
dat het niet went
niet zoals de
de circumpolaire sterren
want dat went. die blijven staan.
wachters van onverwoestbaarheid
in al hun eeuwigheid
nee, zo niet, meer als een
pijl in de lucht
duizelingwekkende vlucht

HOLA! wacht. bijna word ik kaas. terug.
spoelen
cool, zonnebril
jij
 ik probeer intussen met een telescoop door uw romp te kijken

ruisraket bom bom
alles draait hier
om te zien hoe mooi het draait moet je je ogen knijpen
bom bom bom
ik deel uw harteklop
heb een
grote glimlach in mijn buik
dat nevelt
helemaal
ik zie u door de regen
graag

en dat wordt
zo'n kleine mens mens toch nooit
gewoon
he?

pjoef
zullen we
sterrenstel
sels zijn
en De Melkweg drie keer uitverkopen.

(die in amsterdam. ik zal om boterkoeken gaan. flauwe appelflappen)









vrijdag 18 januari 2013

mus in de sneeuw

meisje trippelt
als een ree in het woud met tapijt
op de notenbalk die de straat nu is
duet van ijs en zout
op de stoepstenenxylofoon

straks toets. bij de soldaten : voorwaarts marsmars
rommelen met pennen
hersenen doen een worstelpartijtje met
sneeuwwit blad

maar nu

kraakt het nog
onder haar voeten
(daartussen nog warme sokken en botten weliswaar)

adem in.
winterstil.

adem uit.
winterzonneschijf
hijst
zich naar het winterplafond.

haar gedachten schaatsen naar de ijsvogels. alaska


baudelaires albatros.
tijd tikt venijnig op haar schouder.
jaja, voorwaarts, jaja, marsmars.