hemeltje-lief
wat ben ik gulzig
zit ik dan, met mijn grijns (mijn grijns zit naast mij, er is niet zoveel plaats voor ons allebei)
van heerlijke zelfgenoegzaamheid
aan een ebbenhouten tafel die boordevol staat met al het lekkers uit de wereld
(ik teerde vier maanden op naturel smeerkaas en droog beschuit)
lekkere drank en lekkers te eten, chocolade en gekruide kippenbouten
een sappige perzik en gebakken pijnboompitten
slagroomsoezen spinazie en kroezen van champagne ! overvloed en overdaad en HAAA ja dat smaakt mij dat smaakt mij ontzettend mensen ! en ik weet dat eens ik hier gewoon aan word
dat het weg is, dat deze rijpe maaltijd bederft en ik slechts wat kan peuzelen en kneuteren en brrrr o NEE
dus ik PROP en STAMP en VUL en POMP en GIET
en SCHROK en KLUIF en VREET
lik nadien mijn vieze vingers af
(laat een ontzettend luide boer met verschillende aroma's en timbre's)
en spreek, in de hoop wat legendarisch te zijn
(maar dat is knap lastig na zo'n schranspartij)
dat hebben we ook weer gehad.
(PS : ik kon de notie geluk ook vergelijken met sigarettenrook, dat gaat, want 's ochtends pleeg ik op te staan met een oud saai plaatje een halve litertje koffie en een kameel tussen mijn lippen, het bovenvernoemde geluk zou dan even vluchtig als de sigarettenrook zijn, die je stevig inhaleert, het geluk zelf uitblaast zodat je overblijft met de rotzooi die in je longen blijft hangen; maar geef toe, een bacchanaal is reuze zeer veel meer gezelliger!)
nu de derde poging :
Dat is ook het gevaar van geluk dat je er
op een blauwe maandag
gewoon aan wordt
dan is het eigenlijk
al weg -
tot routine herleid
de verwondering in dikke farden geklasseerd
dag in dag uit
tot
de pijp uit.
pfffffff___
Geen opmerkingen:
Een reactie posten