Ik liep naar huis en onderweg zag ik een boom met allemaal kraaien erin. Straks zal ik daar een tekening bij maken.
Je kan dit toch niet opnieuw doen, dacht de vrouw, en ze krijste als een gekkin binnenin.
Krijs
kraste
maar zo stil, zo stil. dat het buiten bleef. onheilsprofeten verroerden hun vleugels niet.
de stem brengt geen zinnig woord uit, het mens kan alleen maar lijdzaam toekijken :
het ijzeren gordijn daalde neer, onherroepelijk
de grens is toegegaan
zwart op zwart op zwart
stil maar. hij kan je nu niet meer zien. hij ziet enkel het zwart.
je hoeft je geen zorgen meer te maken.
het is maar de rotte vrucht van je verbeelding.
doe je ogen dicht dan is het er nooit geweest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten