Populaire berichten

zondag 31 januari 2010

wagon 271-248

Het is zo'n meisje wiens benen nooit lijken te eindigen. Ze heeft een strakke donkere jeansbroek aan. Onwennig staat ze te schuifelen op het perron. Haar mond is doorstreept. Aan de andere kant van de automatische deur staat haar vriend. Hij is pas nieuw denk ik. De trein gaat bijna vertrekken. De trein is een prachtig vervoersmiddel. Zoals een koets. Het meisje kijkt van de klok naar haar vriendje naar haar schoenen. De jongen draagt een rode tas en een glinsterende steen in z'n rechteroor. Hij staat wat stoer, kijkt wat stuurs. Straks zal hij een witte crème op zijn bruine gezicht smeren en deodorant onder zijn oksels spuiten. De deodorant zal de hele coupé vullen en naar sportman ruiken. Maar dat weet het meisje natuurlijk niet, tegen dat het gebeurt is onze wagon het station al lang uit en zijn haar benen dunne repen geworden. Mijn eigen benen eindigen aan mijn voeten.

Aan de overkant zit een man met een zwart hemd. Ik begluur hem tussen de gleuven van de zetels. Zijn gezicht kan ik niet zien, dat zit verdoken achter een computer. Ik vraag me af wat voor een gezicht het is. De man drukt driftig op de toetsen , wat in zijn hoofd zit kunnen zijn vingers bijna niet volgen. rakketaktaktak rakketaktaktak op de maat van zijn gedachten

We gaan naar een stad met fiere bewoners die men al eeuwen Gent noemt. Deze stad ligt aan de samenvloeiing van twee stromen. Ze is ook zeer bezienswaardig, zo heb ik me laten vertellen.

1 opmerking: