Leg uit. (mag met het grafisch rekentoestel)
De Vrouw Van Weinig Woorden hield intens veel van haar man. Zij kon dat niet goed uitleggen, daarom haalde ze iedere avond een lasagne voor hem uit haar borstkas.
Van lasagne klaarmaken werd ze echter ontzettend nerveus, want de Vrouw Van Weinig Woorden was ook
niet bepaald een keukenprinses. De lasagne zag er soms wat verward uit. hmf hmf zo stond ze in de keuken te smachten, haar lichaam was helemaal elektries, de vrouw zweette als een rund. of als een panda, want ze verdient alle sympathie. Veel verdienen werkt alleen met geld.
Om acht uur stipt wordt een grote stenen man de huiskamer binnengerold. Hij schaart zich onmiddellijk achter zijn krant. Op deze schuilplaats kan niemand ons vinden fluistert de vetste kop hem toe. De Vrouw Van Weinig Woorden gaat snel op en af, de lasagne is klaar betekent dat.
Bibberend neemt ze een schoteltje (fijnbeschilderd met ganzenlever en daarrond de buitenkant van een gans) uit een la, prevelt wat onsamenhangende zinnen, kniebuiging, trekt vervolgens haar ribben uit elkaar.
tataaaaaaaaaaa
Nu volgen er meerdere opties
de man zegt
-ik heb geen honger
-ik heb al eens gegeten
-ik moet van je hart niet hebben
Het effect is ongeveer hetzelfde. De stenen man zet het op een haastig lopen. Je bent geschift ! De kaassaus, ons huwelijk is ontploft. De vrouw probeert de lasagne, die opeens erg glibberig geworden is op te vangen, maar de lasagne breekt heel snel. Verdorie, iemand moet een oplossing vinden, hijgt de vrouw, die al een hele alinea geen hart meer heeft. De oude wijze diepvries brult boos ge had koud moeten blijven.
Invriezen, ontdooien, opwarmen, verkleumen , invriezen.
Vandaar komt warmte verlies.
Lieve Bosbessengelei,
BeantwoordenVerwijderenU schrijft mijn hemel vol.
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
BeantwoordenVerwijderenin d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.
Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.
Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.
echt heel mooi
BeantwoordenVerwijderen