we doen alsof
er tussen ons
maar een kleine scheur
is gekomen, een pluis
krasje, even wat speeksel tuffen
en zie! het is al weg
maar eigenlijk raast tegenwoordig
een ganse rivier tussen ons in
en in die rivier een draak
en in die draak een duizelingwekkendiepe kuil
en ik wil er over geraken, die hele onmetelijkheid toemaken,
desnoods mijn hele lijf uittrekken
en met mijn vel de afstand bedekken
er wordt mij echter zo
gezegd tut-tut-tut
dat is niet vandoen
het is normaal, na een tijd
geraak je malkander wat kwijt
groei je uit elkaar
kies je een andere pad
(en toch, bosweg of autobaan
wij komen mekaar onderwege
nergens meer tegen)
en ik, ik was na
al die tijd zo met
u vergroeid
geraakt
dat ik uw bloesems kende, uw dauw
uw stekels
en uw voorjaarszon
dat ik me nu soms zo
afgeknot voel
zo verpot
en nog altijd even en immens graag
maar momenteel, bij het krieken van deze mei
zeer ten einde raad.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten