naar de golven, de branding
zee over mij
zeerover
polders, hier is alle tijd
de mensen zijn hier
sterk, dragen een kranig lijf
volk, veroordeeld tot de aard
in de zachte vruchtbare modder
geploeter
patatten geplant. peird peird
zoveel geregend, zo hard gevochten.
tegen de wind in, de wereldbrand
lange weiden
wachten.
oh, als hij mij nu eens kust
op de dijk veel gordijerige hondjes
en dikke poepen aan de andere kant van de leiband
aan een raam, tussen de chrystanten een urn
want echtgenoot zaliger, wou altijd
een appartement met zicht op zee
nu kan hij in eeuwige rust gapen
zelfs wanneer het nevelig is, of onweerswolken over de zee trekken
en de mensen in minder dure appartementen
kniezen en jammeren
ai ai ai kaït kaït
zoals joyvalle melk
altijd beter smaakt
omdat het in
zo'n leuk bril zit
zo doet zijn liefde mij
méér goed
ik hou van z'n zachte moedigheid
van de manier
waarop ie zegt 'liefdevol'
en dat woord uit zijn mond
overloopt van graagte, genoegen
nog en nog en nog en nog
...entre les tours de bruges à gand
Geen opmerkingen:
Een reactie posten