Majesteit,
Hoe kan u
mij nu zeggen
dat van allen hier aanwezig
(de jichtige vrouw en haar man, bang als een haas voor al 't chagrijn haar ogen als lege knikkers slaagt zij nimmer neer zoveel zeer alst hij maar blijft alst den dief er maar niet vanonder muist )
U het allerverdrietigst bent?
met uw bloedende gulp , zoiets als : kom terug ? om even te stelpen graag! graag! stilletjes verdwijnen zoveel spijt SPIJT SPIJT SPIJT als klodders spuug op straatstenen en peuken.
nog is SPIJT SPIJT SPIJT postzegels vol.
van horen zeggen via langs de weg een bord : LEEST VOORTAAN BOEKEN ZONDER ZINNEN die zodus niet morsig zijn maar keurig afgemeten tafeldoeken
de vieze randen
met een schaar..
zoals dat gaat.
mijn verhaal , een lange vieze rand
voor de juffrouw een thee, met veel warm water
de dikke tongen
ik ging dichter zijn, of verhalenverteller, rendier
of Majesteit. wees gerust, de laffe vark, zo dichter zou ik bij u niet durven komen.
mijn lieve lieve Majesteit lichamen kriskras op elkaar gestapeld
hebben zich voor uw voeten geworpen , tussen al dat gewillig lillend vlees daar, ik, struikelend, te laat
zwaaiend met papieren (het zouden evengoed treinwagons kunnen zijn) maar het is een brief Ma majesteit kijkt u toch op
trillend het kleine vark en de koninklijke slager zwijgt
en het kleine vark denkt : zo mooi hij zwijgen kan dat doet geen mens hem na.
bij nachte , in de donkersteeg
Geen opmerkingen:
Een reactie posten